ECLI:NL:RBROT:2018:11351
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage na echtscheiding met afwijzing draagkrachtverweer man
De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 april 2018 het verzoek van een vrouw om een kinderbijdrage van €223 per maand per kind vast te stellen na de echtscheiding van partijen. De man voerde verweer tegen de hoogte van de bijdrage, stellende dat zijn draagkracht lager was dan door de vrouw gesteld vanwege wisselende inkomsten en schulden.
De rechtbank stelde vast dat de behoefte van de minderjarige kinderen in 2016 €653 per maand bedroeg, geïndexeerd naar €677 per maand. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €50 per maand. De man leverde onvoldoende bewijs voor zijn lagere draagkracht, ondanks zijn stelling dat zijn inkomen wisselde en dat extra inkomsten werden gebruikt voor schuldenaflossing.
Daarom passeerde de rechtbank het draagkrachtverweer van de man en wees het verzoek van de vrouw toe. De kinderbijdrage werd vastgesteld met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De man moet vanaf inschrijving echtscheidingsbeschikking €223 per maand per kind betalen als kinderbijdrage.