Op 19 september 2017 werd de auto van de verdachte tijdens een wijksurveillance doorzocht met zijn toestemming. In het middenconsole werden een geladen pistool Glock 26 met munitie en 9,2 gram cocaïne aangetroffen. De verdachte werd geconfronteerd met de aantijgingen van het bezit van deze verboden goederen.
De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat de verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht had over het wapen en de cocaïne, mede omdat hij de auto regelmatig verhuurde. De rechtbank oordeelde dat de toestemming voor de doorzoeking rechtsgeldig was en dat het DNA-spoor van de verdachte op het patroonmagazijn van het wapen en de verborgen plaats van de goederen in de middenconsole bewijs leverden van zijn wetenschap en beschikkingsmacht.
De rechtbank verwierp het alternatieve scenario van secundaire overdracht van DNA en de stelling dat de verdachte de auto had verhuurd zonder bewijs. Gezien de ernst van het bezit van een geladen vuurwapen en cocaïne, en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de borgsom van tienduizend euro teruggegeven.