Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Verhage,
[A.]en mevrouw
[B.],
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
Artikel 1.5
Rechtbank Rotterdam
Partijen, Verhage Franchise B.V. en een vennootschap onder firma, hebben een huurovereenkomst gesloten voor bedrijfsruimte met een looptijd van acht jaar, gekoppeld aan een franchiseovereenkomst met dezelfde looptijd. In de huurovereenkomst zijn bepalingen opgenomen die de beëindiging van de franchiseovereenkomst direct laten leiden tot het einde van de huurovereenkomst.
De kantonrechter beoordeelt het verzoek tot goedkeuring van deze afwijkende bedingen ex artikel 7:291 BW Pro. Hierbij wordt getoetst of de rechten van de huurder wezenlijk worden aangetast. Gezien de nauwe verwevenheid van de franchise- en huurovereenkomst en de omstandigheden dat de huurder geen andere exploitatiemogelijkheden heeft, oordeelt de rechter dat er geen wezenlijke aantasting is.
Ook speelt mee dat er een hoofdhuurovereenkomst bestaat en dat er aanvullende regelingen zijn getroffen voor het geval de franchiseovereenkomst eindigt, zoals een overdrachtsregeling en een koopoptie. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking wordt uitgesproken door kantonrechter L.J. van Die.
Uitkomst: De kantonrechter verleent goedkeuring aan de afwijkende huurbedingen gekoppeld aan de franchiseovereenkomst.