ECLI:NL:RBROT:2018:1200
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- F. Wegman
- drs. A. Douwes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing regularisatieverzoek sociale zekerheidswetgeving Rijnvarenden Luxemburgse autoriteiten
Eiser, werkzaam als Rijnvarende op een schip dat behoort tot een Nederlandse exploitant, verzocht om een regularisatieovereenkomst met de Luxemburgse autoriteiten voor de jaren 2013 en 2014. Verweerder wees dit verzoek af en handhaafde deze afwijzing in bezwaar, stellende dat de regularisatie een discretionaire bevoegdheid is en dat de onderliggende fiscale aanslagen nog niet definitief zijn.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de Rijnvarendenovereenkomst en Verordening (EG) nr. 883/2004 de Nederlandse wetgeving van toepassing is, maar dat verweerder het verzoek had moeten doorzenden aan de Luxemburgse autoriteiten omdat deze bevoegd zijn om uitzonderingen te maken. Verweerder was niet bevoegd het verzoek zelf te behandelen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder het verzoek aan de bevoegde Luxemburgse autoriteit moet doorzenden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
De uitspraak benadrukt de exclusieve bevoegdheidsregels in internationale en Europese regelgeving omtrent sociale zekerheidswetgeving voor Rijnvarenden en bevestigt het belang van correcte doorzending van verzoeken tussen lidstaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen het verzoek door te zenden aan de bevoegde Luxemburgse autoriteit.