De rechtbank Rotterdam heeft op 26 januari 2018 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die samen met een ander op 14 oktober 2017 heeft geprobeerd in te breken in een woning te Krimpen aan den IJssel. De poging tot diefstal werd gepleegd door zich de toegang tot de woning te verschaffen via braak en/of inklimming, waarbij de verdachte en zijn mededader meerdere handelingen verrichtten zoals aanbellen, forceren van de voordeur, en klimmen op het dak van de garage en balkon.
De verdachte heeft het ten laste gelegde bekend en er is wettig en overtuigend bewijs geleverd. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid van het feit of de verdachte uitsluiten. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de impact van woninginbraken op slachtoffers en de buurt, alsmede met het strafblad van de verdachte, die eerder meerdere vermogensdelicten heeft gepleegd.
Reclassering Nederland adviseerde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden. Gezien de ernst en omstandigheden achtte de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden passend, met aftrek van voorarrest. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan de opgelegde straf.