ECLI:NL:RBROT:2018:1436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van ruim €79.000. De rechtbank beoordeelde of verzoekster in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was. Zij had schulden bij het CJIB, de gemeente Rotterdam en de Belastingdienst die deels waren ontstaan door onjuiste informatieverstrekking en nalatigheid. Zo had zij een schijnhuwelijk gesloten in Londen, was zij veroordeeld tot gevangenisstraf en had zij toeslagen laten doorlopen terwijl zij niet aan de voorwaarden voldeed.
Verzoekster had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen verwijt treft en dat zij serieuze pogingen heeft gedaan om haar schulden te voldoen. De rechtbank concludeerde dat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan en onbetaald waren gelaten, en dat er geen feiten waren die toelating tot de regeling rechtvaardigden.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.