Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
- het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure;
- de door de griffier van de eerste wrakingskamer ter zitting gehouden aantekeningen.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter mr. S.W. Kuip, vanwege diens huwelijk met een voormalig directeur van Jeugdzorg, waar de zoon van verzoeker in een pleeggezin verbleef. Verzoeker stelde dat dit een vooringenomenheid van de rechter zou kunnen veroorzaken.
De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Het enkele feit dat de rechter gehuwd is met een persoon die tot 2008 directeur was bij Jeugdzorg, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid.
De rechtbank benadrukte dat de rechter slechts oordeelt over de vermeende partijdigheid en niet over de inhoud van de onderliggende zaak. Omdat Jeugdzorg geen partij is in de procedure en de echtgenote van de rechter sinds 2008 niet meer werkzaam is bij Jeugdzorg, is er geen objectieve grond voor wraking.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en bleef de rechter onpartijdig volgens de rechtbank.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.