In deze strafzaak heeft de verdediging een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die het getuigenverhoor liet doorgaan ondanks het verzoek van de advocaat tot uitstel wegens ziekte. De advocaat kon daardoor niet aanwezig zijn en geen vragen stellen tijdens het verhoor, wat volgens verzoeker het belang van de verdediging schaadde en aanleiding gaf tot een vrees voor vooringenomenheid.
De rechter-commissaris stelde dat het verhoor doorging vanwege de aanwezigheid van de eerste getuige en dat de verdediging schriftelijk vragen mocht indienen binnen vijftien minuten voorafgaand aan het verhoor. Na overleg bleek dat de advocaat ziek was en niet in staat vragen op te stellen. De rechter-commissaris benadrukte dat het bevragingsrecht van de verdediging onverlet bleef en dat een tweede verhoor mogelijk was.
De wrakingskamer oordeelde dat het recht van de verdediging om aanwezig te zijn bij het getuigenverhoor en vragen te stellen essentieel is voor een eerlijk proces. Het eenzijdig doorgaan van het verhoor zonder aanwezigheid van de advocaat en met slechts een korte termijn voor schriftelijke vragen, vormde een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De wraking werd daarom toegewezen.