Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Vrijspraak van omkoping van een ambtenaar
de overheidwerd gevraagd om een deel van de korting niet uitbetaald te krijgen, maar te reserveren voor toekomstige andere doeleinden of om op een later moment uitgekeerd te krijgen. In deze zin was en is de gehanteerde constructie vermoedelijk bijzonder. Dit geldt temeer voor het gegeven dat de reservering buiten de reguliere boekhouding werd gehouden. De constructie riep in deze vorm in ieder geval vragen op bij financiële medewerkers van VKV, zodanig dat [naam medeverdachte 2] zich genoodzaakt zag om daar via [naam medeverdachte 3] navraag over te doen bij Renault. Voor zover de rechtbank begrijpt had deze laatste navraag betrekking op de splitsing van de korting als zodanig en niet op het “extracomptabele” karakter daarvan. Volgens [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] had de verdachte aan dat eerste zijn goedkeuring gegeven. De verdachte heeft dit bevestigd.
niethet geval is op grond van het volgende.
in het geheel geenbijdrage heeft geleverd. De rechtbank kent dan ook tegenover de ontkenning van [naam medeverdachte 1] dat het potje [naam] door hem was bedacht, meer betekenis toe aan de daarmee strijdige verklaringen van de verschillende medewerkers van Renault/VKV dat die constructie juist het idee van [naam medeverdachte 1] zelf was.