Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij tien van de elf schuldeisers instemden, maar Gemeente Rotterdam, met een vordering van 8% van de totale schuldenlast, weigerde in te stemmen omdat het aanbod niet via een NVVK-erkende schuldhulpverlener werd gedaan. De rechtbank overwoog dat het belang van Gemeente Rotterdam bij volledige betaling begrijpelijk is, maar dat het voorstel zorgvuldig was getoetst door een professionele beschermingsbewindvoerder die voldoet aan wettelijke eisen en dat verzoekster volledig arbeidsongeschikt is met een stabiel inkomen.
De rechtbank vond dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers, die instemden met het akkoord, zwaarder wegen dan het belang van de weigeraar. Bovendien zou toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling minder opleveren door bijkomende kosten. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en Gemeente Rotterdam veroordeeld om in te stemmen met de regeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van Spengen op 22 februari 2018, en het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming van schuldeisers.