Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun woonruimte opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 4 augustus 2017 en dreigde op 24 januari 2018 plaats te vinden.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoekers, die ernstige gezondheidsklachten hebben en ondersteund worden door een beschermingsbewindvoerder en maatschappelijk werkster, zwaarder weegt dan het belang van verweerster. Verzoekers hebben inmiddels hun huurbetalingen hervat en een aflossing gedaan.
De rechtbank wijst het verzoek toe voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek in de toekomst.