ECLI:NL:RBROT:2018:1927
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van woninginbraak en diefstal in Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 2 februari 2018 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van woninginbraak en diefstal in Rotterdam in de periode van 24 tot en met 26 maart 2017. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van diverse goederen uit een woning, waaronder elektronische apparatuur en sieraden.
Tijdens de terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte vrijgesproken wordt, omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. De rechtbank volgde dit standpunt zonder nadere motivering en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €221,98 gevorderd, maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Er werd geen inhoudelijke beslissing genomen over de schadevergoeding. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, welke nihil werden begroot.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, bestaande uit voorzitter L. Feraaune en rechters J.C.M. Persoon en W.M. Stolk, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 februari 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.