Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2018:1957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
12 maart 2018
Zaaknummer
C/10/540651 / FT EA 17/2444
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende controle verslaving

Verzoeker heeft op 5 december 2017 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €52.000. Tijdens de zitting op 1 februari 2018 is gebleken dat verzoeker geen inkomsten heeft en afhankelijk is van het inkomen van zijn echtgenoot.

De rechtbank beoordeelt dat de schuldsaneringsregeling alleen kan worden toegewezen als aannemelijk is dat verzoeker zijn verplichtingen zal nakomen. Vanwege de verslavingsproblematiek is dit niet het geval, omdat uit het ondersteuningsplan en verklaringen van behandelaren blijkt dat het alcoholgebruik van verzoeker wisselend is en niet onder controle. Er is een reële kans op terugval en verzoeker bagatelliseert zijn gebruik.

De rechtbank stelt vast dat niet is aangetoond dat de verslaving al enige tijd onder controle is, zoals vereist in de landelijk uniforme beoordelingscriteria. Hierdoor bestaat de vrees dat verzoeker zijn verplichtingen, zoals de sollicitatieplicht, niet zal nakomen. Het verzoek wordt daarom afgewezen, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek na bewijs van controle over de verslaving.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende controle over de verslaving.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 februari 2018
[naam],
[adres]
[woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 5 december 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van
1 februari 2018.

2.De feiten

Verzoeker ontvangt geen inkomsten, zijn echtgenoot ontvangt inkomen uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro
€ 52.301,64.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
Gedurende de schuldsaneringsregeling rusten op een schuldenaar voortdurend zware verplichtingen en van hem worden in deze periode forse inspanningen gevergd. Met deze verplichtingen en beperkingen verdraagt zich niet dat een schuldenaar verslaafd is, of dat sprake is van een reële kans op een terugval in een zeer onlangs overwonnen verslaving.
In de landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling, zoals opgenomen in Bijlage IV van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, is hierover het volgende bepaald:
“Toelating tot de schuldsaneringsregeling ingeval van verslavingsproblematiek
Een verzoeker met verslavingsproblemen wordt in beginsel alleen toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat de verslaving al enige tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd geen drugs of alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. De periode waarover de verslaving onder controle dient te zijn bedraagt in beginsel één jaar. Deze periode kan korter of langer zijn afhankelijk van, onder meer, de ernst en de duur van de verslaving. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener of door een hulpverlenende instantie.”
In het ondersteuningsplan d.d. 10 juli 2017 dat is opgesteld door Maatschappelijke ontwikkeling van Gemeente Rotterdam staat dat verzoeker dagelijks alcohol gebruikte en dat dit grote invloed had op zijn dagelijks functioneren, maar dat het beter ging toen hij ondersteuning kreeg. In het plan staat echter ook dat het alcoholgebruik de laatste maanden weer is toegenomen, waardoor de invloed op het dagelijks functioneren van verzoeker weer toeneemt, en dat de behandeling vanuit Bouman niet voldoende is.
Verzoeker heeft voorts een verklaring overgelegd van zijn behandelaren bij Bouman van 15 januari jl. Zij schrijven dat verzoeker twee keer per week wordt bezocht door verschillende leden van het team en dat verzoeker een wisselend beeld laat zien: soms hevig onder invloed en soms nuchter (vaak in de ochtend). Voorts wordt opgemerkt dat verzoeker het alcoholgebruik bagatelliseert en de gevolgen ervan ontkent. Het doel van de behandeling is gereguleerd gebruik of abstinentie van alcohol, aldus de verklaring, waarbij wordt opgemerkt dat verzoeker zelf heeft voorgesteld de behandelcontacten te intensiveren.
Gezien het voorgaande stelt de rechtbank vast dat niet of onvoldoende is aangetoond dat de verslaving van verzoeker al enige tijd onder controle is. Derhalve bestaat bij de rechtbank gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen. Dit betreft onder meer de sollicitatieverplichting; schuldenaar werkt op dit moment niet en wordt thans begeleid naar vrijwilligerswerk.
Zodra verzoeker met een verklaring van zijn behandelaar kan aantonen dat en sinds wanneer zijn verslaving onder controle is, kan hij een nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen, welk verzoek dan mogelijk meer kans van slagen heeft.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier, rechter, en in aanwezigheid van M.J.M. van der Poel, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018. [1]