De gemeente Emmen had besloten om het exploiteren van parkeergarages aan te wijzen als een economische activiteit die plaatsvindt in het algemeen belang, waardoor lagere tarieven dan de integrale kosten konden worden gehanteerd. Eiseres, exploitant van een nabijgelegen parkeerterrein, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het besluit onvoldoende was onderbouwd en dat er geen zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat het vaststellingsbesluit niet voldoet aan artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat voorafgaand aan het besluit geen gedegen kennis was vergaard over de af te wegen belangen en het besluit geen onderbouwing bevat waarom de exploitatie niet kostendekkend kan zijn. Het onderzoek dat verweerder later liet uitvoeren, was niet meegenomen in de besluitvorming.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder geen zorgvuldige belangenafweging had gemaakt ten aanzien van de concurrentie en belangen van eiseres. De gebreken in de voorbereiding konden niet meer in bezwaar worden hersteld. Daarom werd het beroep van eiseres gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.