Partijen, ex-echtelieden van Turkse afkomst, zijn in 1999 in Turkije gehuwd en in 2012 gescheiden. De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is omdat het eerste huwelijksdomicilie in Nederland was.
De man vordert betaling van de helft van een gezamenlijke kredietschuld en bijkomende kosten, terwijl de vrouw een tegenvordering instelt voor hypotheekrente, belastingen en onderhoudskosten. Partijen bereikten een schikking over de verkoop van de woning.
De rechtbank wijst de meeste vorderingen toe, waaronder de helft van de kredietschuld en bijkomende kosten, hypotheekrente, belastingen en reparatiekosten. De vordering van de vrouw voor onderhoudskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Na verrekening van de vorderingen wordt de vrouw veroordeeld tot betaling van €9.748,54 aan de man. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.