Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen twee advocaten werkzaam binnen het arrondissement Rotterdam heeft de rechtbank Rotterdam besloten de zaak door te verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Deze beslissing is genomen op grond van artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie, die het mogelijk maakt een zaak naar een andere rechtbank te verwijzen indien de betrokkenheid van de oorspronkelijke rechtbank ongewenst is.
De rechtbank motiveert de verwijzing met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van partijen. Omdat beide advocaten binnen hetzelfde arrondissement werkzaam zijn, acht de rechtbank het dienstig dat een rechter buiten dit arrondissement de zaak beoordeelt en beslist.
De zaak wordt in de stand waarin zij zich bevindt doorverwezen, en verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is uitgesproken op 21 maart 2018 door rechter W.J. van den Bergh.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verwijst de civiele zaak tussen advocaten naar de rechtbank Den Haag ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.