Een bankmedewerkster was sinds 1983 werkzaam bij ABN AMRO en hield zich bezig met financiële maatwerkproducten. Zij kocht samen met een klant meerdere panden en verstrekte leningen, zonder tijdig of volledig toestemming te vragen volgens het nevenactiviteitenbeleid van de bank. ABN AMRO verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen en verstoring van de arbeidsverhouding, mede vanwege een politieonderzoek naar witwassen.
De kantonrechter oordeelde dat ABN AMRO onvoldoende had gehandeld door niet tijdig te reageren op meldingen in MyCompliance en dat het verstrekken van leningen niet expliciet als nevenactiviteit werd aangemerkt. Hoewel de medewerkster onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vastgoedtransacties en signalen, was er geen sprake van ernstige verwijtbaarheid of duurzame verstoring van de arbeidsrelatie.
De verdenking van witwassen was onvoldoende om ontbinding te rechtvaardigen en ABN AMRO had geen concrete feiten voor een dringende reden. Gezien het lange dienstverband en het ontbreken van reputatieschade wees de rechtbank het ontbindingsverzoek af en compenseerde de proceskosten.