Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 februari 2018 en de Engelse vertaling daarvan
- producties 1 tot en met 12 van Cygne
- producties 1 tot en met 23 van COFCO
- de mondelinge behandeling op 14 maart 2018
- de pleitnota van Cygne
- de pleitnota van COFCO.
2.De feiten
- COFCO, deel uitmakend van de COFCO-groep, één van China’s grootste ondernemingen op het gebied van granen, oliezaden en voedingsmiddelen.
- Nidera Capital, een in Rotterdam gevestigd bedrijf van de families [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] . Nidera Capital houdt zich bezig met de internationale handel in agrarische producten.
- Swansea B.V. (hierna: Swansea) is 100% aandeelhouder van Cygne. Cygne was tot 14 oktober 2014 100% aandeelhouder van Nidera Capital. Het bestuur van Swansea en Cygne bestaat uit de heren [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] (hierna: de Bestuurders).
i.e., USD 261,300,000.00
3.Het geschil
4.De beoordeling
de multiple van de voorgehouden winst, die er niet blijkt te zijn, maal 51% (aandelen) en daarmee ruim, boven de 500 miljoen dollar uitkomt” maakt dit niet anders. Zij noemt ook dan nog steeds geen enkel (concreet) bedrag en geeft geen berekening terwijl het (niet gespecificeerde) bedrag van de voorgehouden winst niet eerder is genoemd en ook niet duidelijk is dat dit ergens in de stukken zou staan. De omstandigheid dat Cygne niet heeft gereageerd op de stellingen van COFCO dat en waarom een bedrag van 87 miljoen dollar (aan te betalen leningen) en een bedrag van 25 miljoen dollar (de ‘upside consideration’) geen zekerheid voor de vordering van COFCO bieden, is, in de gegeven situatie, verder zonder betekenis.
816,00