ECLI:NL:RBROT:2018:2621
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling afgewezen wegens niet te goeder trouw
Verzoeker diende een verzoek in tot opheffing van zijn faillissement en gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 15b lid 1 Faillissementswet. De curator had positief geadviseerd, ondanks een rommelige administratie en taalproblemen bij verzoeker, die niet begreep wat een faillissement en schuldsaneringsregeling inhouden.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker tijdig op correcte wijze was opgeroepen voor de faillissementszitting en op de hoogte was van de mogelijkheid om een schuldsaneringsverzoek in te dienen. Het niet tijdig indienen van dit verzoek was aan verzoeker toe te rekenen, ook vanwege het ontbreken van hulp bij taalproblemen.
Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat verzoeker te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, mede door een gebrekkige administratie en een aanzienlijke belastingschuld. Het vertrouwen op een boekhouder ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens niet tijdig indienen en gebrek aan goede trouw.