Op 28 juli 2017 werd verdachte staande gehouden in Rotterdam met 1024 gram cocaïne verborgen in de kofferbak van zijn auto. Daarnaast werd in zijn appartement 848 gram hennep en €20.780,00 aan contant geld aangetroffen, vermoedelijk afkomstig uit misdrijf. Verdachte voerde aan dat de cocaïne per ongeluk in zijn bezit was gekomen en dat het geld afkomstig was van legale handel, maar dit scenario werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk handelde en kennis had van de inhoud van de tas met cocaïne, mede gelet op het verstoppen van de tas in de kofferbak en zijn gedrag bij controle. Ook de verklaring over het geld werd verworpen wegens gebrek aan concrete en verifieerbare onderbouwing en het ontbreken van een administratie.
Verdachte werd veroordeeld voor het vervoeren van cocaïne, het bezit van hennep en het witwassen van het geldbedrag. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, rekening houdend met eerdere veroordelingen en de ernst van de feiten. Tevens werd €20.780,00 verbeurd verklaard en de bewaring van de auto gelast ten behoeve van de rechthebbende.