ECLI:NL:RBROT:2018:2768
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging ontruimingstermijn bedrijfsruimte na beëindiging huurovereenkomst
Sol de Mallorca verzoekt de kantonrechter om de ontruimingstermijn van het bedrijfspand te verlengen tot 1 januari 2019, onder de voorwaarde dat het pand valt onder artikel 7:230a BW en de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Zij stelt dat het pand gebruikt wordt als zonnestudio, nagelstudio en beautysalon en dat verhuizen vanwege de aard van de exploitatie en de kosten praktisch onmogelijk is. Tevens beroept zij zich op het voortbestaan van de huurovereenkomst onder artikel 7A:1624 BW / 7:290 BW.
De verhuurder, [verweerder], stelt dat het pand bedrijfsruimte betreft waarop artikel 7:230a BW van toepassing is en dat de opzegging en ontruiming rechtsgeldig zijn. Hij wijst op wanbetaling door Sol de Mallorca en onbehoorlijk gedrag door onderverhuur. Tevens heeft hij een koper gevonden voor het pand en heeft hij belang bij snelle ontruiming.
De kantonrechter oordeelt dat het pand onder artikel 7:230a BW valt en niet onder artikel 7:290 BW Pro, omdat het gebruik geen kleinhandelsbedrijf betreft maar een vrij beroep. Sol de Mallorca is ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging, maar de belangenafweging leidt tot afwijzing. Sol de Mallorca heeft geen redelijke belangen voldoende onderbouwd, heeft geen actie ondernomen om een ander pand te vinden, en heeft de onderhuurster niet geïnformeerd. De belangen van de verhuurder wegen zwaarder vanwege zijn pensioenvoorziening en de verkoopkansen.
De ontruiming wordt vastgesteld op 1 mei 2018. Sol de Mallorca wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het pand op die datum ontruimd opleveren. De gebruiksvergoeding dient vanaf 1 januari 2018 te worden voldaan, maar Sol de Mallorca heeft niet betaald, wat wanbetaling oplevert.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen en de ontruiming wordt vastgesteld op 1 mei 2018.