De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde boetes op aan diverse ondernemingen en feitelijk leidinggevenden, waaronder eiseres, wegens overtreding van het kartelverbod op de markt voor opslag en verwerking van vruchtensappen en -concentraten in koel- en vrieshuizen in Nederland tussen 2006 en 2009.
Eiseres voerde onder meer aan dat zij geen eerlijke proceskansen had vanwege beperkte toegang tot relevante stukken en betwistte de geografische marktafbakening van ACM. De rechtbank oordeelde dat ACM voldoende stukken aan eiseres ter beschikking had gesteld en dat het bezwaar dat ACM de kansen op een eerlijk proces belemmert niet slaagt.
De rechtbank stelde echter vast dat ACM onvoldoende onderzoek had gedaan naar een ruimere geografische markt, waarbij ook aanbieders in België en Duitsland betrokken hadden moeten worden. Hierdoor is de marktafbakening onjuist en is het boetebesluit in strijd met de Awb. Gezien de fundamentele aard van de gebreken en het punitieve karakter van het besluit, kon ACM niet in de gelegenheid worden gesteld deze te herstellen via de bestuurlijke lus.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire boetebesluit. Tevens werd ACM veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.