Eiseres diende een aanvraag in voor een structurele subsidie van €54.000,- binnen het Cultuurplan 2017-2020 om filmfestivals en educatieve programma’s te organiseren. De RRKC beoordeelde de aanvraag negatief vanwege zwakke onderbouwing van begroting, bedrijfsvoering en onvoldoende publieksbereik en innovatie.
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, wees de aanvraag af op basis van het RRKC-advies en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiseres stelde dat het advies onzorgvuldig was en dat haar nadere reacties niet waren meegenomen. De rechtbank oordeelde dat het advies zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de aanvullende informatie na sluitingsdatum niet hoefde te worden betrokken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het advies van de RRKC terecht aan zijn besluitvorming ten grondslag legde en dat de afwijzing van de subsidieaanvraag in redelijkheid kon worden gehandhaafd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.