Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
- samengevat - een alternatief scenario geschetst waarin de verdachte op 17 maart 2016 om 10.01 uur een ‘boete’ van € 230,00 heeft uitgeschreven en door omstandigheden heeft verzuimd om dit bedrag direct bij het politiebureau af te dragen. Later heeft de verdachte dit geld en het bijbehorende ‘witje’ in zijn politiebroek in zijn woning gevonden en alsnog afgedragen. Dit scenario wordt volgens de verdediging onvoldoende door het dossier weerlegd. Daarbij geldt dat de verklaringen van aangever [naam slachtoffer 1] en getuige [naam getuige] niet betrouwbaar zijn. Deze verklaringen wijken op onderdelen af van de verklaring van de verdachte, maar verschillen ook van elkaar en van hun verklaringen zoals neergelegd in het proces-verbaal van bevindingen. Bovendien mogen de verklaringen van [naam slachtoffer 1] en [naam getuige] niet voor het bewijs worden gebruikt, nu de verdediging geen reële mogelijkheid heeft gehad om hen te bevragen en hun verklaringen op onderdelen worden betwist.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
Algemene overweging
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
114 (honderdveertien) urente verrichten taakstraf resteert;
57 (zevenenvijftig) dagen;
2 (twee) maanden;
proeftijd,die hierbij wordt gesteld op
2 (twee) jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;