ECLI:NL:RBROT:2018:2984
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunningaanvraag wegens onvoldoende geschiktheid beleidsbepaler volgens Beleidsregel Geschiktheid 2012
De AFM heeft de aanvraag van eiser om een Wft-vergunning afgewezen omdat hij niet voldeed aan de geschiktheidseisen voor beleidsbepalers zoals vastgelegd in artikel 4:9 van Pro de Wft en de Beleidsregel Geschiktheid 2012. Eiser beschikte niet over voldoende bestuurlijke ervaring, relevante HBO-opleiding of voldoende relevante werkervaring in een passende werkomgeving.
Eiser had geweigerd een gesprek met de AFM aan te gaan om zijn ervaring en opleiding nader toe te lichten, waardoor de AFM zich moest baseren op de schriftelijke stukken. De rechtbank oordeelde dat de bestuurlijke ervaring bij eerdere werkgevers niet relevant was voor de werkzaamheden als beleidsbepaler bij de beoogde onderneming. Ook werd geoordeeld dat de opleiding fiscaal recht niet voldeed aan de vereiste management-gerelateerde HBO-opleiding. Daarnaast werd werkervaring ouder dan tien jaar niet meegeteld en was de parttime ervaring onvoldoende concreet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet had aangetoond te voldoen aan de voorwaarden van de Beleidsregel en dat de AFM terecht de vergunningaanvraag had afgewezen. Er was geen sprake van onzorgvuldig handelen of schending van het vertrouwensbeginsel door de AFM. Het verzoek om nadeelcompensatie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de AFM hierover geen besluit had genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de afwijzing van de Wft-vergunningaanvraag door de AFM ongegrond wegens onvoldoende aantonen van geschiktheid als beleidsbepaler.