Eiser ontving een terugvordering van €338,54 voor teveel ontvangen tegemoetkoming scholieren, omdat hij vanaf 25 oktober 2016 niet meer stond ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs. De school had hem echter abusievelijk te vroeg uitgeschreven, terwijl hij in november en december 2016 nog begeleid werd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in redelijkheid geen gebruik kon maken van zijn herzieningsbevoegdheid omdat de fout bij de school lag en dit niet voor rekening van eiser mocht komen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eiser recht houdt op de tegemoetkoming over de betreffende periode. Tevens wordt verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter J. de Gans op 17 april 2018 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.