ECLI:NL:RBROT:2018:2995
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overtreding cliëntenonderzoek Wwft door niet identificeren uiteindelijk belanghebbende
Een belastingadvieskantoor kreeg van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet identificeren van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) in vier cliëntdossiers, in strijd met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Het kantoor voerde aan dat zij geen overtredingen had begaan omdat zij onder de vrijstelling van de Wwft viel en dat het toezichtarrangement met het Register Belastingadviseurs (RB) leidde tot ongelijke behandeling. De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was op de werkzaamheden van het kantoor en dat het BFT bevoegd was de boete op te leggen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en willekeur werd verworpen.
Verder stelde het kantoor dat het boetebedrag onevenredig hoog was en dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank vond de hoogte van de boete passend binnen het boetebeleid van het BFT en dat de matiging van 10% vanwege de termijnoverschrijding voldoende compensatie bood.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €19.800,-. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €19.800,- wegens overtreding van de Wwft.