ECLI:NL:RBROT:2018:3000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling
Verzoekster diende een verzoek in tot opheffing van haar faillissement van 12 januari 2016 met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde negatief, mede vanwege onduidelijkheid over de psychische gesteldheid van verzoekster.
De rechtbank onderzocht of verzoekster aan de voorwaarden van artikel 15b, eerste lid, Faillissementswet voldeed. Zij stelde vast dat verzoekster tijdig en correct was geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een schuldsaneringsverzoek en dat zij geen dergelijk verzoek had ingediend binnen de gestelde termijn.
Verzoekster had op 8 september 2015 uitstel gevraagd voor het WSNP-traject, maar verscheen niet op de zitting van 12 januari 2016 en diende geen schuldsaneringsverzoek in. De rechtbank oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor deze overschrijding.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster kan na afwikkeling van het faillissement opnieuw schuldhulpverlening aanvragen en eventueel een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot opheffing van faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling.