De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares, waarbij de rechter-commissaris een voordracht had gedaan tot beëindiging. Schuldenares werd medegedeeld dat zij sinds toelating volledig arbeidsongeschikt is en vrijgesteld van sollicitatieverplichtingen tot augustus 2018.
De bewindvoerder rapporteerde tekortkomingen in de informatieverplichting, maar stelde dat deze niet aan schuldenares konden worden toegerekend. Tevens bleek dat schuldenares inkomsten uit dienstverband ontving die niet op de beheerrekening werden gestort, waardoor vaste lasten niet voldaan konden worden.
De rechtbank stelde vast dat de grond voor verlenging van de regeling was vervallen door de vrijstelling van sollicitatieplicht en wijzigde de looptijd van de regeling naar drie jaar, eindigend op 8 augustus 2017. Gezien de tekortkomingen na deze verkorte looptijd zag de rechtbank geen reden tot tussentijdse beëindiging.
De rechtbank verzocht de bewindvoerder uiterlijk 20 april 2018 een eindverslag in te dienen, waarna op 26 april 2018 zal worden beslist over het verlenen van de schone lei of verdere behandeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W.J. Roos-van Toor op 5 april 2018.