ECLI:NL:RBROT:2018:3045
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- J. de Gans
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon WW-uitkering na ziekteperiode met toepassing Dagloonbesluit 2016
Eiseres was sinds 2008 in dienst en viel vanaf juli 2014 gedeeltelijk uit wegens ziekte, met minder loon gedurende de referteperiode. Na beëindiging van het dienstverband per 1 september 2016 vroeg zij een WW-uitkering aan. Verweerder stelde aanvankelijk het dagloon vast op €134,08, later verhoogd naar €143,47, waarbij het verminderde loon wegens ziekte werd vervangen door het loon van maart 2016.
Eiseres voerde aan dat dit in strijd was met het loondervingsbeginsel en verwees naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, stellende dat de referteperiode een jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid moet zijn, inclusief onregelmatigheidstoeslag en eindejaarsuitkering, wat leidt tot een dagloon van €173,12.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte artikel 6, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2015 toepaste en dat artikel 2, achtste lid, van het Dagloonbesluit 2016 van toepassing is. Hierdoor dient het dagloon te worden vastgesteld op €173,12. De bestreden besluiten werden vernietigd en het primaire besluit herroepen voor zover het dagloon betreft. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het dagloon wordt vastgesteld op €173,12 met toepassing van artikel 2, achtste lid, van het Dagloonbesluit 2016.