ECLI:NL:RBROT:2018:3051
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontbinding en verdeling vennootschap na uittreden vennoot zonder vereffening
De vennootschap onder firma Ward werd opgericht door drie vennoten, waaronder de gedaagde die zich per 8 december 2015 uitschreef als vennoot. Na het uittreden van de gedaagde werd de vennootschap niet ontbonden, maar voortgezet door de overige vennoten onder dezelfde naam. Ward vorderde betaling van een deel van de kosten over het boekjaar 2015 van de gedaagde.
De rechtbank oordeelde dat het uittreden van een vennoot in beginsel leidt tot ontbinding van de vennootschap, tenzij anders overeengekomen, wat hier niet het geval was. De voortzetting van activiteiten onder dezelfde naam door de overblijvende vennoten doet hieraan niet af. Er had een vereffening van het gemeenschapsvermogen moeten plaatsvinden, wat niet is gebeurd.
Daarnaast was er onvoldoende informatie om de rechter in staat te stellen de verdeling van de gemeenschap vast te stellen, mede vanwege onduidelijkheid over inbreng van arbeid en kosten. De vordering werd daarom als voorbarig en onvoldoende onderbouwd afgewezen. Ward werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat de gedaagde in persoon procedeerde.
Uitkomst: De vordering van de vennootschap tot betaling door de uittredende vennoot wordt afgewezen wegens ontbreken van vereffening en onvoldoende informatie over de verdeling.