ECLI:NL:RBROT:2018:3122
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Gans
- M.G.L. de Vette
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het dagloon en referteperiode voor WIA-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin het dagloon voor zijn WIA-uitkering is vastgesteld op €103,78 met een referteperiode van 23 februari 2014 tot 22 februari 2015. Eiser betwist deze referteperiode en stelt dat de periode van 1 januari 2015 tot 25 januari 2015 moet gelden, wat leidt tot een hoger dagloon van €145,82.
De rechtbank heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder artikel 13 van Pro de Wet WIA en artikelen 13 tot en met 18 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Verweerder heeft het dagloon berekend op basis van het SV-loon over de juiste referteperiode en het aantal dagloondagen correct vastgesteld op 182.
De rechtbank oordeelt dat de berekening van verweerder juist is en dat de door eiser voorgestelde referteperiode gebaseerd is op een andere regeling (Ziektewet) en daarom niet relevant is voor de WIA-uitkering. Er zijn geen onjuistheden in de berekening vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 20 april 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het dagloon wordt bevestigd op €103,78 met de referteperiode van 23 februari 2014 tot 22 februari 2015.