Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en de reactie daarop
3.De beoordeling
4.De beoordeling
wijst afhet verzoek tot wraking van mr. A.C. Rop.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter A.C. Rop in een bestuursrechtelijke procedure over een inzageverzoek op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Verzoeker stelde dat de rechter onvoldoende deskundigheid bezat over de Wbp en daardoor niet onpartijdig kon zijn.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. Uit de procedure en de schriftelijke reactie van de rechter bleek dat de vraag over deskundigheid niet relevant is voor wraking; wraking richt zich op onpartijdigheid. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die wijzen op vooringenomenheid van de rechter.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Het enkele argument van gebrek aan deskundigheid is onvoldoende om de rechter te wraken.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 28 maart 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter A.C. Rop wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.