ECLI:NL:RBROT:2018:3174
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R. Kruisdijk, rechter in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van uitlatingen, gedragingen en beslissingen tijdens een zitting op 27 februari 2018. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig was en dat hij zich gekleineerd voelde, mede omdat het proces-verbaal onvolledig zou zijn en hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om te reageren.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker op de zitting aanwezig was en toen al kennis had kunnen nemen van de vermeende gronden voor wraking. Het verzoek werd pas op 22 maart 2018 ingediend, ruim na de zitting, waardoor de termijn voor het indienen van een wrakingsverzoek volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro was overschreden.
Verzoeker voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege het recht op een onpartijdige rechter en een eerlijk proces zoals neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De wrakingskamer oordeelde echter dat dit recht niet vrijwaart van de verplichting het verzoek binnen enkele dagen na de zitting in te dienen.
De klacht over het proces-verbaal werd niet als zelfstandige wrakingsgrond beoordeeld. Gelet op de termijnoverschrijding werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzoek.