ECLI:NL:RBROT:2018:3177
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- M. Fiege
- J.F. Koekebakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na einduitspraak
Op 26 maart 2018 vond een zitting plaats bij de rechtbank Rotterdam waarbij de rechter de mondelinge behandeling sloot en direct een einduitspraak deed in een zaak betreffende verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. Op dezelfde dag, na deze uitspraak, diende verzoeker per fax een wrakingsverzoek in tegen de rechter.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, waaronder het proces-verbaal van de zitting en e-mailcorrespondentie van de rechter. Uit deze stukken blijkt dat de zitting was afgesloten en de eindbeslissing was genomen voordat het wrakingsverzoek werd ingediend. Daarnaast ontbrak elk bewijs voor een mondeling wrakingsverzoek tijdens de zitting en werd een poging tot wraking buiten de zittingszaal niet als rechtsgeldige indiening erkend.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het doel van wraking, het waarborgen van onpartijdigheid van de rechter tijdens de behandeling, niet meer relevant is na een einduitspraak. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Vragen over de vertegenwoordiging van de ouders en toelating tot de zitting blijven onbeantwoord vanwege deze beslissing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na de einduitspraak schriftelijk is ingediend.