Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
- het e-mailbericht van verzoeker, gedateerd 29 maart 2018;
- het e-mailbericht van verzoeker, gedateerd 3 april 2018 (13.15 uur) en
- het e-mailbericht van de rechter, gedateerd 3 april 2017 (17.00 uur).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter in een kort gedingprocedure waarbij hij was gedagvaard door meerdere verzekeraars en een advocatenkantoor. Het verzoek betrof vermeende onheus bejegenen van een persoon die met verzoeker mee was gekomen, het bagatelliseren van zijn gezondheidsklachten door de advocaat van de wederpartij en een onevenredige verdeling van spreektijd tijdens de zitting.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid te rechtvaardigen. Het proces-verbaal van de zitting ondersteunt de stellingen van verzoeker niet, en de rechter heeft adequaat en evenwichtig opgetreden tijdens de zitting. Bovendien heeft verzoeker toegegeven dat het wrakingsverzoek niet primair om wraking ging, maar om andere procesmatige kwesties.
De rechtbank concludeert dat verzoeker misbruik maakt van het wrakingsmiddel door dit tweemaal in te zetten zonder gegronde redenen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.