Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. M.G.L. de Vetteen
mr. drs. J. van den Bos, rechters in de wrakingkamer van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 9 april 2018 een wrakingsverzoek behandeld dat was gericht tegen drie rechters van de wrakingskamer. Het verzoeker had eerder een wrakingsverzoek ingediend in een kort gedingprocedure, dat op 4 april 2018 door de wrakingskamer werd afgewezen met een beschikking die tevens bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zou worden genomen.
Na deze beschikking heeft verzoeker op 4 april 2018 opnieuw een wrakingsverzoek ingediend, ditmaal gericht tegen de rechters die de wrakingskamer vormden. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat het was ingediend nadat de rechters al een einduitspraak hadden gedaan en de zaak niet langer behandelden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 36 Rv Pro en het Wrakingsprotocol, waarbij het doel van wraking is om onpartijdigheid van de rechter te waarborgen zolang de rechter nog betrokken is bij de zaak. Omdat de rechters al een eindbeslissing hadden genomen, kon het wrakingsverzoek geen effect meer hebben. Daarom werd het verzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na de einduitspraak van de rechters is ingediend.