De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, met een duur van twaalf maanden. Deze machtiging is bedoeld voor jeugdigen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen die hun ontwikkeling ernstig belemmeren. De machtiging stelt de jeugdige in staat buiten een gesloten accommodatie te verblijven, maar bij niet-naleving van voorwaarden kan gesloten plaatsing volgen.
De rechtbank constateerde dat het door de GI overgelegde hulpverleningsplan niet voldeed aan de vereisten van artikel 6.1.4 lid 6 van de Jeugdwet, omdat het niet vermeldde welke medewerker bevoegd is om te besluiten tot opname bij niet-naleving van voorwaarden. Dit is essentieel vanwege de vrijheidsbenemende aard van de maatregel. De GI kreeg de gelegenheid dit te herstellen, maar heeft niet gereageerd en was ook niet aanwezig bij de zitting van 2 maart 2018.
De minderjarige woont bij zijn moeder en is na een periode van problemen, mede door het overlijden van zijn vader, weer begonnen met school. De rechtbank benadrukt dat ondanks de afwijzing de GI haar wettelijke taak behoudt om de ondertoezichtstelling uit te voeren en een plan op te stellen voor het succesvol afronden van de schoolcarrière van de minderjarige.
De kinderrechter wijst het verzoek tot voorwaardelijke machtiging af vanwege het ontbreken van de noodzakelijke bevoegdheidsvermelding in het hulpverleningsplan en het niet nakomen van de hersteltermijn door de GI.