ECLI:NL:RBROT:2018:3693
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding immateriële schade en kosten rechtsbijstand na vrijspraak wegens vluchtgedrag en weigering verhoor
De verzoeker was in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis op verdenking van diefstal met inbraakwerktuig. Bij vonnis van 8 september 2017 werd hij vrijgesproken en het vonnis werd onherroepelijk op 23 september 2017. De verzoeker vroeg op grond van artikel 89 Sv Pro vergoeding voor immateriële schade door het voorarrest en op grond van artikel 591a Sv vergoeding van kosten rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende verdenking bestond om de inverzekeringstelling te rechtvaardigen en dat het vluchtgedrag van de verzoeker, het weigeren van verhoor en het feit dat inbrekerswerktuig en gestolen goederen in de auto werden aangetroffen, meebrengen dat het aan de verzoeker zelf te wijten is dat voorlopige hechtenis is toegepast. Daarom zijn er geen gronden van billijkheid voor vergoeding van immateriële schade.
Ook voor de kosten van rechtsbijstand is geen vergoeding toegekend omdat de omstandigheden die tot afwijzing van het verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro leidden, ook hier gelden. De verzoeken werden derhalve afgewezen.
De beschikking werd op 23 april 2018 in het openbaar uitgesproken door rechter Damen.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding immateriële schade en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens vluchtgedrag en weigering tot verhoor.