ECLI:NL:RBROT:2018:3704
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.Y.A. van Meersbergen
- M.G.L. de Vette
- C.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen opschorting bijhouding persoonslijst wegens onvoldoende adresonderzoek
Eiser stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Naar aanleiding van een melding van de politie startte verweerder een adresonderzoek en besloot ambtshalve de bijhouding van de persoonslijst van eiser op te schorten. Eiser reageerde niet binnen de gestelde termijn op de brief van verweerder, maar overhandigde later wel bewijs aan het cluster Werk en Inkomen dat hij nog op het adres woonde.
Verweerder stelde dat het adresonderzoek gedegen was uitgevoerd, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was. Verweerder had niet doorgevraagd bij andere bronnen en had geen feitelijk onderzoek ter plaatse verricht, wat volgens het Protocol adresonderzoek wel had moeten gebeuren. Hierdoor was het primaire besluit onrechtmatig genomen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de kostenvergoeding betrof en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de door eiser gemaakte kosten in bezwaar en beroep, inclusief het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak verving het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens onvoldoende adresonderzoek.