Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 5 primair ten laste gelegde feit;
- bewezenverklaring van de 1 tot en met 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
De verdachte heeft wisselend verklaard over de aanschaf van deze auto. Zo heeft hij bij de politie gezegd dat niet hij, maar zijn broer de auto heeft aangeschaft en dat hij de auto af en toe van zijn broer leende. Eerst ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij degene was die de schadeauto heeft gekocht en dat hij van anderen, namelijk ene [naam 1] en [naam 2] , in de auto mocht rijden. Verdachte heeft verklaard dat hij in hun opdracht de schadeauto heeft gekocht en op naam van zijn broer heeft laten zetten. Zij hadden hem verzekerd dat hij op die manier ook een dure auto kon rijden. De verdachte heeft verder niet tot nauwelijks over [naam 1] en [naam 2] verklaard. Aan deze wisselende verklaringen hecht de rechtbank geen geloof.
Ook over de beweerdelijke reparatie van de schadeauto heeft de verdachte geen verifieerbare verklaringen afgelegd. De auto waarin de verdachte is aangehouden op
mededader(s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal 9800 euro), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen
bedrieglijken in strijd met de waarheid
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de personenauto met goednummer [beslagnummer] ;
€ 8.400,- (zegge: achtduizend vierhonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde]te betalen
€ 8.400,-(hoofdsom,
zegge: achtduizend vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 8.400,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
77 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;