Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
17 mei 2018
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 4 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;
- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen telefoon en computer.
4.Waardering van het bewijs
(feit 1). Hij heeft te goeder trouw zijn Nissan Bakwagen uitgeleend aan Roemeense mannen. Hij heeft niet geweten waarvoor die auto gebruikt zou gaan worden. Voor zover bepaalde bevindingen in het dossier duiden op een verdergaande en strafbare betrokkenheid van de verdachte, heeft de verdachte alternatieve verklaringen gegeven die hem vrij pleiten.
(feiten 2 en 3)dient volgens de verdediging vrijspraak te volgen omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte het opzet of de intentie had het gevonden wapen en de munitie voorhanden te hebben.
Is er sprake van een vormverzuim?
De getuige [naam getuige 1]
(de rechtbank begrijpt 6 juni 2016).Bij het duwen van de auto, die zelf niet meer kon rijden, had hij het voorportier geopend. Deze verklaring werd later weer bijgesteld: de verdachte had het wapen pas gevonden op de ochtend van zijn aanhouding op dinsdag
(7 juni 2016)en had nog geen tijd gehad de politie te verwittigen. Ook over de vraag of hij het wapen had aangeraakt heeft hij verschillend verklaard. Aanvankelijk wist hij dit niet zeker en wilde hij hier geen vragen over beantwoorden, later zei hij dat hij het wapen had gepakt, in de loop had gekeken en precies weer zo had teruggelegd. Het voelde zwaar aan en daaruit had hij opgemaakt dat het een echt wapen was. Hij verklaarde echter ook dat hij niet zo’n haast had de politie te waarschuwen omdat hij dacht dat het een nepwapen was. Over de munitie verklaarde hij ter terechtzitting – anders dan tijdens verhoren bij de Koninklijke Marechaussee – dat hij geen munitie had gezien.
enmiddelen
5.Strafbaarheid feiten
3.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
9.Vordering opheffing schorsing voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden,
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1: