De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, die sinds september 2015 onder deze regeling valt. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om beëindiging vanwege tekortkomingen in de nakoming van de sollicitatieplicht en informatieverplichting.
Tijdens de zitting verklaarden begeleiders van Maatschappelijk Werk en de schuldenaar zelf dat de tekortkomingen samenhangen met ernstige lichamelijke en psychische problemen, waardoor schuldenaar niet in staat was om aan de verplichtingen te voldoen. De rechtbank concludeerde op basis van dossierstukken, verklaringen en eigen observaties dat schuldenaar gedurende de gehele regeling arbeidsongeschikt is geweest.
Hoewel voor een deel van de looptijd geen medische onderbouwing aanwezig was, achtte de rechtbank het aannemelijk dat de tekortkomingen niet verwijtbaar zijn. Daarom werd het verzoek tot tussentijdse beëindiging afgewezen. De rechtbank besloot wel de looptijd van de regeling te verkorten tot 1 juni 2018 en verzocht de bewindvoerder uiterlijk 15 mei 2018 een eindverslag te overleggen, waarna op 23 mei 2018 zal worden beslist over het verlenen van de schone lei.