Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster, bijgestaan door haar adviseur, de heer [naam 2] ;
- mevrouw [naam 3] , werkzaam bij Sociale Dienst Drechtsteden
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen een schuldeiser die 98% van de totale schuld vertegenwoordigt en niet wilde instemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling bood een betaling van 3,5% van de vordering, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoekster.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster zich maximaal heeft ingespannen om tot een regeling te komen, waaronder jarenlange pogingen met de schuldeiser en het naleven van budgetbeheer en sollicitatieverplichtingen. De weigerende schuldeiser stelde dat verzoekster meer inkomen kon genereren en een maatwerkoplossing kon treffen, maar verscheen niet ter zitting.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de weigerende schuldeiser niet opweegt tegen de belangen van verzoekster en de andere schuldeisers, mede gezien de deskundige toetsing van het voorstel en de nadelen van een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
De transitievergoeding die verzoekster ontving, werd bepaald ten goede te komen aan de schuldeisers. De weigerende schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot vanwege het ontbreken van advocaatkosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt veroordeeld tot instemming met de schuldregeling.