In deze civiele procedure vorderde Catom B.V. dat Shell Nederland Verkoopmaatschappij B.V. haar verplichtingen uit hoofde van een Share Sale and Purchase Agreement zou nakomen door het depot in Arnhem aan Catom aan te bieden en mee te werken aan levering. Shell voerde verweer en wilde de zaak definitief afgedaan zien. Catom heeft haar vordering ter zitting verminderd tot nihil, waardoor alleen de proceskostenbeslissing resteerde.
De rechtbank oordeelde dat het financiële belang van de zaak niet duidelijk was en dat het verweer tegen de vordering niet bewerkelijk kon zijn. Daarom werd het liquidatietarief voor onbepaalde waarde toegepast bij de proceskostenvergoeding. De rechtbank verwierp het standpunt van Shell dat een hoger tarief gerechtvaardigd was om kansloze vorderingen krachtig te ontmoedigen, omdat dit de toegang tot de rechter zou kunnen beperken.
De comparitie van partijen werd als niet noodzakelijk beoordeeld, mede omdat communicatie tussen advocaten vooraf beter had kunnen plaatsvinden. De rechtbank veroordeelde Catom in de proceskosten aan de zijde van Shell tot een bedrag van €1.161,00 en compenseerde de overige kosten, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door rechter C. Bouwman.