Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres, Rotterdam Short Sea Terminals B.V. (RST), schadevergoeding wegens onrechtmatige daad tegen meerdere gedaagden, waaronder Bonfide Facts B.V. en Bonfide Holding B.V. De rechtbank had in een tussenvonnis de gedaagden toegelaten tot bewijslevering voor een eigen schuldverweer.
RST verzoekt heroverweging van dit tussenvonnis en stelt dat de rechtbank ten onrechte een bewijsopdracht aan de verschenen gedaagden heeft gegeven, omdat bij hoofdelijke aansprakelijkheid het eigen schuldverweer gepasseerd zou moeten worden. Tevens stelt RST dat haar vordering mede is gebaseerd op onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking, waarvoor geen eigen schuldverweer geldt.
De rechtbank oordeelt dat er geen kennelijke misslag of onjuiste juridische grondslag is. De hoofdelijke aansprakelijkheid leidt niet tot het passeren van het eigen schuldverweer en RST heeft geen feitelijke grondslag gesteld voor toepassing van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. Ook wijst de rechtbank het verzoek om tussentijds hoger beroep af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de hoofdregel rechtvaardigen. RST wordt veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden.
Uitkomst: Verzoek tot heroverweging en tussentijds hoger beroep worden afgewezen; eiseres wordt veroordeeld in proceskosten.