AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwijdering schotelantenne aan galerijzijde appartement zonder omgevingsvergunning
Gedaagden huren een appartement van Vestia en plaatsten zonder omgevingsvergunning een schotelantenne aan de galerijzijde, terwijl Vestia alleen toestemming geeft voor plaatsing aan de achterzijde of met vergunning aan de galerijzijde. Vestia vordert verwijdering van de schotelantenne en dwangsommen bij niet-naleving.
Gedaagden beroepen zich op artikel 10 EVRMPro (vrijheid van nieuwsgaring) en stellen dat zij geen signaal aan de achterzijde ontvangen en dat kabel of internet minder wenselijk zijn. Ook wijzen zij op eerdere toestemmingen aan andere bewoners, maar deze zijn verleend vóór wijziging van regelgeving.
De kantonrechter oordeelt dat Vestia's belangen bij regulering en voorkomen van wildgroei zwaarder wegen dan het belang van gedaagden. Alternatieven zijn beschikbaar en het beroep op artikel 10 EVRMPro faalt. Gedaagden worden veroordeeld de schotelantenne binnen twee weken te verwijderen of te verplaatsen naar de achterzijde, met dwangsommen bij niet-naleving. Vestia wordt gemachtigd zelf te verwijderen bij nalatigheid. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld de schotelantenne binnen twee weken te verwijderen of te verplaatsen naar de achterzijde, met dwangsommen bij niet-naleving.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 6422607 \ CV EXPL 17-37524
uitspraak: 8 juni 2018
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de stichting
Stichting Vestia,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. M.S.H.M. van Woerkom,
tegen
1.[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden wonende te [plaatsnaam],
gedaagden,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna verder aangeduid als “Vestia” en “gedaagden”.
1.Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
het exploot van dagvaarding van 18 oktober 2017, met producties;
de aantekeningen van de griffier van 1 november 2017 van het mondelinge antwoord van gedaagden, met producties;
de conclusie van repliek;
de aantekeningen van de griffier van 30 januari 2018 van de mondelinge reactie van gedaagden, met producties;
het vonnis van 30 januari 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;
het proces-verbaal van de op 6 maart 2018 gehouden comparitie van partijen.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.
2.De vaststaande feiten
2.1.
Gedaagden huren sinds 5 december 2016 van Vestia het appartement aan de [straat-en plaatsnaam] (hierna: het appartement). In de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van Vestia van toepassing verklaard.
2.2.
Op 21 februari 2017 hebben gedaagden Vestia verzocht een schotelantenne te mogen plaatsen. Bij brief van 22 februari 2017 heeft Vestia op dit verzoek als volgt gereageerd:
“(..)
Voorwaarden
Een schotelantenne mag alleen met toestemming van Vestia geplaatst worden onder bepaalde voorwaarden. Bij deze brief zijn de voorwaarden bijgevoegd. Kunt u aan de voorwaarden voldoen, dan verzoeken wij u een exemplaar ingevuld en ondertekend terug te sturen in bijgevoegde antwoordenvelop.
Let op! Voor het plaatsen van een schotelantenne aan de galerijzijde geeft Vestia géén toestemming tenzij de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning verstrekt.
(..)”
2.3.
In de voorwaarden van Vestia met betrekking tot de plaatsing van een schotelantenne is opgenomen dat bij een appartement de schotelantenne alleen aan de achterkant op het balkon mag worden geplaatst. Plaatsing aan de voorzijde mag alleen als hiervoor door de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning is verleend.
2.4.
Gedaagden hebben de voorwaarden ondertekend op 20 maart 2017 en deze naar Vestia teruggestuurd.
2.5.
Gedaagden hebben vervolgens een schotelantenne aan de voorzijde (de galerijzijde) van hun appartement geplaatst. Zij hebben geen omgevingsvergunning hiervoor gekregen van de gemeente Rotterdam. Zij hebben wel tweemaal, eind december 2016 en 6 maart 2017, een aanvraag ingediend.
2.6.
Vestia heeft gedaagden zowel mondeling als schriftelijk verzocht de schotelantenne te verwijderen. Gedaagden hebben niet aan dit verzoek van Vestia voldaan.
3.De vordering
3.1.
Vestia heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
gedaagden hoofdelijk te veroordelen om binnen een week na het vonnis de schotelantenne te verwijderen, althans naar het balkon aan de achterzijde te verplaatsen, en vervolgens eventuele schade die ontstaat binnen twee weken na verwijdering te herstellen;
met bepaling dat gedaagden per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat gedaagden zich daar niet aan houden een dwangsom van € 50,- verbeuren, met een maximum van € 750,-;
en voor het geval dat gedaagden de veroordeling niet nakomen en het maximum van € 750,- aan dwangsommen is verbeurd:
Vestia te machtigen om op kosten van gedaagden de schotelantenne te (laten) verwijderen dan wel naar een door de kantonrechter aangewezen plek te verplaatsen, en de eventueel daardoor ontstane schade te (laten) herstellen;
- gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Aan haar vordering heeft Vestia het volgende ten grondslag gelegd. Vestia hanteert voor het plaatsen van een schotelantenne het toestemmingsvereiste. Plaatsing aan de achterzijde van het appartement is toegestaan, maar plaatsing aan de galerijzijde mag alleen als gedaagden een omgevingsvergunning hebben. Niet gebleken is dat gedaagden een omgevingsvergunning hebben, zodat ze de door hen geplaatste schotelantenne aan de galerijzijde van het appartement moeten verwijderen. De belangen van Vestia bij handhaving van haar schotelantennevoorwaarden wegen zwaarder dan het belang van gedaagden bij hun grondrecht van vrije informatiegaring. Gedaagden kunnen gebruik maken van alternatieve vormen van informatievergaring, zoals de kabel en internet. De twee bewoners die wel toestemming hebben gekregen voor het plaatsen van een schotelantenne aan de galerijzijde van hun appartement hebben die toestemming gekregen voor 2011. Dat was voordat de wet- en regelgeving voor het plaatsen van een schotelantenne was gewijzigd.
4.Het verweer
Gedaagden hebben tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en daartoe het volgende aangevoerd. Aan de achterzijde van de woning is er geen signaal. Voor het bekijken van Turkse zenders hebben gedaagden liever een schotelantenne dan kabeltelevisie, omdat dit goedkoper is. Ook is een schotelantenne fijner dan het bekijken van de zenders via internet. Het is ongerechtvaardigd dat twee andere huurders wel een schotelantenne aan de galerijzijde mogen hangen. Gedaagden hebben tweemaal om een omgevingsvergunning verzocht, maar zijn van het kastje naar de muur gestuurd.
5.De beoordeling
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat gedaagden toestemming van Vestia nodig hebben voor het plaatsen van een schotelantenne aan de galerijzijde van het appartement en dat Vestia op grond van haar voorwaarden daarvoor alleen toestemming geeft als de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning heeft afgegeven. Gedaagden hebben wel geprobeerd een omgevingsvergunning aan te vragen, maar het is hen (nog) niet gelukt om een omgevingsvergunning te verkrijgen van de gemeente. Dit betekent dat Vestia in beginsel verwijdering van de schotelantenne kan vorderen. Het is overigens niet zo dat Vestia gedaagden moet helpen bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bij de gemeente, zoals zij lijken aan te voeren. Als gedaagden dit zelf niet lukt, dan kunnen zij de hulp inschakelen van een derde, zoals bijvoorbeeld een rechtshulpverlener.
5.2.
Gedaagden hebben aangevoerd dat zij de schotelantenne aan de galerijzijde moeten hangen, omdat ze anders geen bereik hebben. De kantonrechter begrijpt hieruit dat gedaagden een beroep doen op artikel 10 EVRMPro: de vrijheid van nieuwsgaring. Daarom moet beoordeeld worden of de door Vestia verlangde verwijdering van de schotelantenne in dit geval een gerechtvaardigde inbreuk vormt op het recht van vrije nieuwsgaring als bedoeld in artikel 10 EVRMPro. Hierbij dienen de belangen van Vestia en gedaagden tegen elkaar worden afgewogen worden. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang.
5.3.
Vestia heeft in dit kader onder andere gesteld dat een schotelantenne aan de buitenkant van een woning als ontsierend wordt ervaren en vaak een stigmatiserend beeld oplevert. Vestia voert daarom een beleid dat gericht is op het reguleren van de plaatsing van schotelantennes en het tegengaan van wildgroei van schotelantennes. Vestia wil precedentwerking voorkomen en heeft tevens belang als eigenaar om beschadiging van het appartement te voorkomen en haar (risico)aansprakelijkheid als bezitter van de opstal te beperken.
5.4.
Gedaagden hebben aangevoerd dat zij Turkse tv-zenders willen bekijken en op die manier gebruik willen maken van hun recht van vrije nieuwsgaring.
5.5.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het belang van Vestia zwaarder weegt dan dat van gedaagden. Daarbij is relevant dat er alternatieven bestaan voor de schotelantenne. Het is volgens gedaagden weliswaar duurder om via de kabel naar de tv-zenders te kijken, maar het kijken via kabel is wel mogelijk en vaststaat dat zij ook via internet Turkse tv-zenders kunnen bekijken. Dat dit misschien onprettiger is weegt minder zwaar mee dan het belang van Vestia om het plaatsen van schotelantennes te reguleren en precedentwerking te voorkomen. Het voorgaande betekent dat gedaagden geen geslaagd beroep kunnen doen op artikel 10 EVRMPro. Zij kunnen voldoende gebruik maken van hun recht op vrije nieuwsgaring.
5.6.
Gedaagden hebben ook aangevoerd dat twee andere bewoners van het appartementencomplex wel een schotelantenne aan de galerijzijde mochten ophangen, zodat het onrechtvaardig is dat zij dat niet mogen. Vaststaat echter dat de twee andere bewoners vóór het wijzigen van de wet- en regelgeving in 2010-2011 de schotelantenne hebben aangevraagd en geplaatst. Dit betekent dat er sprake is van een andere situatie dan die van gedaagden en dat Vestia in redelijkheid de toestemming aan gedaagden heeft kunnen weigeren.
5.7.
Gelet op het voorgaande dienen gedaagden de schotelantenne aan de galerijzijde te verwijderen. Zij kunnen deze wel verplaatsen naar de achterzijde, omdat Vestia daarvoor wel toestemming geeft. De termijn waarbinnen de schotelantenne moet worden verwijderd wordt op twee weken na dit vonnis gesteld.
5.8.
Tegen de gevorderde dwangsom hebben gedaagden geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze zal worden toegewezen.
5.9.
Vestia heeft voorts gevorderd haar te machtigen de schotelantenne zelf te (laten) verwijderen als gedaagden niet aan het vonnis voldoen. Deze machtiging wordt eveneens toegewezen.
5.10.
Gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Omdat Vestia is vertegenwoordigd door haar bedrijfsjurist worden deze proceskosten begroot op € 218,11 aan verschotten en bestaat er geen aanleiding om nakosten toe te kennen.
6.De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen twee weken na dit vonnis de aan de galerijzijde van het appartement geplaatste schotelantenne te verwijderen, althans naar het balkon aan de achterzijde te verplaatsen, en vervolgens eventuele schade die ontstaat door/bij de verwijdering van de schotelantenne binnen twee weken na de verwijdering te herstellen, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag, of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 750,-, dat zij nalatig zullen zijn hieraan te voldoen;
machtigt Vestia om, in het geval de maximale dwangsom van € 750,- is verbeurd, op kosten van gedaagden de schotelantenne te (laten) verwijderen en de eventueel daardoor ontstane schade te (laten) herstellen;
veroordeelt gedaagden eveneens hoofdelijk in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vestia vastgesteld op € 218,11 aan verschotten.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.