ECLI:NL:RBROT:2018:4475
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.Y.A. van Meersbergen
- M.G.L. de Vette
- C.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidsregel Horecagebiedsplan Centrum 2017-2019 en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eisers exploiteren horecazaken in Rotterdam en maakten bezwaar tegen het Horecagebiedsplan Centrum 2017-2019, waarin onder meer vrijstelling van de vergunningplicht voor horeca op het Stadhuisplein is opgenomen. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat het plan een beleidsregel betreft waartegen geen bezwaar openstaat.
De rechtbank stelt vast dat het Horecagebiedsplan een nadere uitwerking is van de Horecanota 2017-2021 en een beleidsregel vormt in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Paragraaf 3.3.3 van het plan, waarin vrijstelling van de vergunningplicht wordt toegestaan, is niet concreet genoeg om als een besluit van algemene strekking te gelden. De burgemeester kan onder omstandigheden afwijken van deze ontwikkelrichting, bijvoorbeeld door het nemen van een aanwijzingsbesluit.
Eisers voerden aan dat het plan geen beleidsregel maar een concreet besluit is en dat zij niet op de hoogte waren gesteld van het Besluit uitzondering op de vrijstelling exploitatievergunning 2017. De rechtbank oordeelt dat bezwaren tegen het plan niet automatisch bezwaren tegen dat latere besluit zijn en dat verweerder de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank wijst de beroepen af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen het Horecagebiedsplan zijn ongegrond verklaard.