Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Tussen Havensteder als verhuurder en [gedaagde] als huurder bestond een huurovereenkomst voor een woning. Op 4 februari 2018 vond een inval plaats waarbij een hennepplantage met 37 planten en 32,59 kilogram henneptoppen werd aangetroffen, inclusief illegale stroomaftapping en kweekapparatuur.
Havensteder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na vonnis, en betaling van een contractuele boete van €2.500, vermeerderd met rente. [gedaagde] erkende de kwekerij, maar betwistte de hoeveelheid henneptoppen en stelde dat hij gedwongen was de woning ter beschikking te stellen vanwege schulden.
De rechtbank oordeelde dat het houden van een hennepplantage een ernstige tekortkoming is die rechtvaardigt tot ontbinding en ontruiming. Het beroep op overmacht faalde omdat de omstandigheden voor rekening van [gedaagde] komen. De boete werd als niet onredelijk bezwarend beoordeeld, gelet op het belang van Havensteder om hennepactiviteiten te voorkomen. Het ne bis in idem-beginsel is niet van toepassing in civielrechtelijke procedures.
De huurovereenkomst werd ontbonden, ontruiming binnen 14 dagen bevolen, en de boete plus wettelijke rente toegewezen. [gedaagde] werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming binnen 14 dagen bevolen en de contractuele boete van €2.500 toegewezen.