ECLI:NL:RBROT:2018:4543

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 maart 2018
Publicatiedatum
11 juni 2018
Zaaknummer
10/754524-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs van opzet en winstbejag

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensensmokkel op 9 december 2017 bij de doorlaatpost Stena Lena te Hoek van Holland. Verdachte en een medeverdachte vervoerden een vrouw en twee kinderen die beschikten over valse Sloveense paspoorten, terwijl zij daadwerkelijk de Albanese nationaliteit hadden. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van tien maanden.

Tijdens de terechtzitting verklaarde verdachte dat hij de vrouw en kinderen niet kende en hen slechts meenam omdat zij in dezelfde richting reisden, zonder daarvoor betaald te worden. De vrouw bevestigde dat zij vluchtte uit Albanië en de mannen niet kende. Uit een telefoongesprek op de telefoon van verdachte bleek een instructie om documenten te overhandigen en appgesprekken te verwijderen, maar dit werd niet ondersteund door ander bewijs.

Hoewel de verklaringen van verdachte en de vrouw als ongeloofwaardig werden beoordeeld, kon de rechtbank niet vaststellen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de doorreis wederrechtelijk was, noch dat hij uit winstbejag handelde. Daarom werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet en winstbejag bij mensensmokkel.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/754524-17
Datum uitspraak: 21 maart 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,
ZVWOVHTL
gemachtigd raadsman mr. H.W. Verberkmoes, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 maart 2018.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Vrijspraak
4.1.1
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, met uitzondering van het onder het tweede gedachtestreepje vermelde winstbejag.
4.1.2
Standpunt verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet op mensensmokkel heeft gehad. Bovendien blijkt niet uit het dossier dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat [naam 1] en de meereizende kinderen over een vals Sloveens paspoort beschikten. Voorts is uit het dossier niet gebleken dat de verdachte op verrijking uit is geweest.
4.1.3
Beoordeling
Uit het dossier blijkt dat de verdachte samen met zijn medeverdachte op 9 december 2017 is gecontroleerd door de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMAR) bij een doorlaatpost van de Stena Lena te Hoek van Holland. In de auto waarin de verdachten zaten bevonden zich tevens een vrouw en twee jonge kinderen. Het paspoort van deze vrouwelijke reisgezel van de verdachten stond op naam van [naam 2] . Bij de controle van het Sloveense paspoort van die [naam 2] twijfelde de KMAR aan de gelijkenis van het gelaat van die vrouwelijke reisgezel met de in het reisdocument opgenomen foto. De verdachte en zijn medeverdachte zijn vervolgens aangehouden door de KMAR op verdenking van mensensmokkel naar Engeland.
Op een later moment is vastgesteld dat de vrouw de Albanese nationaliteit heeft en haar echte naam [naam 1] betreft. Ook van de kinderen is vastgesteld dat zij, niet de Sloveense nationaliteit maar de Albanese nationaliteit hebben.
De verdachte heeft verklaard dat hij samen met de medeverdachte vanuit Maribor (Slovenië) op weg naar Engeland was omdat hij gehoord had dat daar goedkope auto-onderdelen en computers te krijgen zijn. In Duitsland zijn zij door een meereizende vriend in contact gebracht met een persoon die pech had met zijn auto en die aan de verdachte en zijn medeverdachte vroeg of zijn vrouw en kinderen met hen mee konden reizen naar Engeland. De verdachten hebben ingestemd met dit verzoek en hebben de vrouw en twee kinderen meegenomen naar Nederland. De man, genaamd “ [naam 3] ”, heeft volgens de verdachte de paspoorten aan de vrouw gegeven, waarna verdachte vervolgens de paspoorten in Nederland ter controle aan de KMAR heeft overhandigd. De verdachte heeft verklaard de vrouw en kinderen niet te kennen en hen te hebben meegenomen omdat ze in dezelfde richting gingen. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij niets kreeg om de mensen mee te nemen en dat overtocht van de vrouw en de kinderen is betaald door “ [naam 3] ”.
Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft een in hoofdlijnen eensluidende verklaring als verdachte afgelegd en verklaart over het meenemen van de vrouw en kinderen vanuit Duitsland naar de boot in Nederland als een vriendendienst zonder dat hiervoor een vergoeding in het vooruitzicht werd gesteld.
De reisgezel van de verdachten, [naam 1] , heeft verklaard dat zij de Albanese nationaliteit heeft en dat zij is geholpen door “types”. Deze “types” zouden haar hebben opgewacht op het vliegveld van Bologna (Italië) en zij zou vervolgens bij hen in de auto zijn gestapt. Voorts heeft [naam 1] verklaard dat zij een maand met deze twee mannen is geweest en dat haar uiteindelijke doel was om naar Engeland te gaan [naam 1] heeft verklaard op de vlucht te zijn geweest uit Albanië uit angst voor bloedwraak, de mannen bij wie ze in de auto is aangetroffen, niet te kennen en niet meer te weten niet waar ze bij hen is ingestapt.
[naam 1] heeft verder verklaard dat de verdachte en zijn medeverdachte alles betaalden en dat zij over de reisdocumenten beschikten.
Uit onderzoek naar de telefoon van verdachte komt een telefoongesprek naar voren met een persoon die in de telefoon staat opgeslagen als “ [naam 3] Londen”. In dit gesprek wordt de suggestie gewekt dat deze [naam 3] tegen de verdachte zegt dat hij bepaalde documenten aan [naam 1] moet geven, “zodat zij de voor- en achternaam weet”. Bovendien wordt in dit gesprek door [naam 3] aan verdachte verzocht alle gesprekken uit de app te verwijderen. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van dit gesprek weliswaar opvallend is, maar stelt vast dat de inhoud van dit gesprek op geen enkele objectieve wijze in het dossier wordt ondersteund.
De rechtbank is voorts van oordeel dat de verklaringen van de verdachten, alsmede die van mevrouw [naam 1] , gelet op de feitelijke gedragingen, ongeloofwaardig zijn.
Echter, dit neemt niet weg dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de meegereisde vrouw en haar kinderen de Albanese nationaliteit hadden, noch dat hun doorreis wederrechtelijk was. Voorts blijkt geenszins uit het dossier dat de verdachte uit winstbejag gehandeld heeft door de personen mee te laten reizen.
4.1.4
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter,
en mrs. W.L. van der Bijl-de Jong en W.J. Loorbach, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Herwijnen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 9 december 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam
en/of elders in Nederland en/of in Italie en/of Duitsland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
3, althans één of meer perso(o)n(en) met de Albanese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,
- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,
of die ander (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was,
immers heeft hij verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,
- voornoemde Albanese personen in een personenauto naar Nederland vervoerd en/of
- voornoemde Albanese personen, althans een aantal van hen, althans een van hen van valse of vervalste paspoorten, althans reisdocumenten, voorzien, althans voorzien van paspoorten welke niet op hun naam stonden en/of
- voornoemde Albanese personen in een personenauto naar de boot in Hoek van Holland vervoerd om vanuit daar de overtocht naar Engeland te maken
en (aldus) het verblijf in en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde Albanese pers(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd.